Zoekveld

Bepaal de wijze van signaleren

De plek van het sociaal wijkteam in het lokale sociale domein bepaalt mede hoe signalen en ondersteuningsvragen het wijkteam bereiken.

  • Is het wijkteam zo ingericht dat er proactief burgers en cliënten worden benaderd of komt het eerste signaal vooral van professionals buiten het wijkteam, zoals de huisarts, de wijkagent of de woningcorporatie?
  • Heeft het wijkteam een laagdrempelig inlooppunt in de wijk, waar mensen makkelijk naar binnen stappen met hun vragen? Of is het wijkteam zo zichtbaar en 'aanklampbaar' in de wijk dat bewoners hun vragen en zorgen om medebewoners makkelijk met de werkers van het wijkteam delen?

Bij signaleren geldt het principe om op meer paarden tegelijk te wedden. Doe het één, maar laat het ander niet. Dat doet recht aan het gegeven dat signalen op diverse manieren binnenkomen en bewoners daarvoor een route kiezen die het beste bij ze past.

Overigens, om meer en vroegtijdiger te kunnen signaleren, is de burgerkracht in de wijk onmisbaar. Denk aan wijkbewoners die zich verantwoordelijk voelen voor het welzijn van hun medebewoners, sleutelfiguren die veel horen over wat er aan de hand is in de wijk en vrijwilligers die bij mensen in de wijk over de vloer komen en zaken in de thuissituatie signaleren.

Houd hierbij rekening met het feit dat in eerste instantie het aantal ondersteuningsvragen kan toenemen, omdat er actiever op signalering wordt ingezet: zoek je meer, dan vind je meestal ook meer.

Wat nog meer te doen rondom signaleren?

  • Leg vast op welke terreinen het sociaal wijkteam een expliciete signaleringsrol heeft en wat er met deze signalen gebeurt. Pakt het team deze zelf op of is betrokkenheid van een specialist nodig? Denk aan terreinen, zoals schulden, opvoedingsproblemen, huiselijk geweld. Het wijkteam kan zich extra scholen op deze terreinen om relevante signalen vroegtijdig te herkennen en een passende vervolgstap te zetten.
  • Maak samenwerkingsafspraken met derden in de wijk, zoals huisartsen, fysiotherapeuten, de woningcorporatie, het Wmo-loket en de sociale dienst over het doorgeven van signalen en het doorverwijzen van mensen naar het wijkteam. Dit heeft uiteraard tijd nodig om te groeien.
  • Bepaal welke middelen worden ingezet als het om signaleren gaat. Denk aan inlooppunten, koffiekamers, huisbezoeken, fysiek zichtbaar zijn in de wijk, et cetera.
  • Bepaal welke rol burgerkracht heeft in het signaleren van vragen en problemen en hoe het sociaal wijkteam die zo optimaal mogelijk kan benutten.
  • Ten slotte: mogelijk komen vergelijkbare signalen vaker binnen. Dit is een kans voor het sociaal wijkteam om te zoeken naar collectieve ondersteuningsmogelijkheden.